Loslaten
Ik laat het los, ik moet het laten gaan. Als mens kan en mag ik nu zeggen. Mogelijk ga je net als ik ooit je grenzen verleggen. Een wijsheid in jaren vergaren, dan schud ik je opnieuw de hand. Met het oude levensprogram als onderpand. Ik hoop voor velen een opening te maken. Onze kinderen achter ons zijn het waard. Daarom speel ik altijd open kaart. Dit is waarschijnlijk voor velen niet normaal. Verdriet angst en pijnen. Die laten we niet zomaar verdwijnen. We houden het liever allemaal bij elkaar, zo zijn we het gewend, geen enkel bezwaar. Toch mogen we dit een ander niet ontnemen, al genoemd…verplicht ontvreemden…elk mens heeft gelijke rechten en plichten. Ieder luistert en fluistert naar gelang hij zelf wilt. Laat ieder in zijn waarde, niemand ontwrichten. Toch doet het bij mij pijn, dat ik op deze stoel, niet meer bij u kan en mag zijn. Vele mensen zijn daarom bijzonder blij. Ach, ik heb met hun te doen. Ooit staan we hand in hand, rij aan rij. Men vindt wel weer een betere stoel. Voor alle mensen die in mij geloven, dit mag ik u beloven, vanaf boven kijkt men op ons neer, heb vertrouwen zegt men, elke keer weer. Wij leiden u, daar waar u moet zijn, blijf in ons geloven, elke keer weer. Leg je hand in de mijne, en laat ons wederom samen verder gaan. Een ieder uit eigen vrije wil. Kom en ga ons achterna, wij laten u niet in de steek.
Sla de handen ineen, een eenheid in wording. Voorlopig einde van deze doorgekomen preek, spijtig genoeg geen volgende week.
Was geschreven en gezien “gewoon Josephine” 1998