Niet passend in het programma

Ik pas weer niet ergens bij. Zelfs het mens is afgewezen. Toch blijkt het medium vrij en blij. Waarom horen wij er niet bij. Omdat ik iets mag dragen. Omdat wij klaar staan voor al uw vragen. Gewoon omdat ik van mensen hou. Moeten we elkaar dan gewoon laten stikken? Wij als doodgewone mensen moeten dit niet pikken. De boodschap wordt te simpel gebracht. Het domme mens had dit niet verwacht. Wat wij u mee wilde geven. Een blije lach, medeleven.

Een groot geheim of verdriet, samen delen. En toch begrijp ik als mens het niet. Ik pas nergens bij, omdat ik een mooie gave heb gekregen. Toch mag ik na zovele jaren, werkelijk iets moois uitdragen. Als mens mag ik naar u luisteren.

Om achteraf als medium iets toe te fluisteren.

Vele mensen, alle standen en rangen, zien elkaar niet eens meer hangen.

Een verkillende stilte is ingetreden. Een hardheid, in apartheid. In tijd en ruimte naartoe gegleden. Vol oordelen, haat en jaloezie, bijna geen plaats meer voor een beetje poëzie. Het telfonische spreekuur was van korte duur, men greep in, u krijgt een andere kuur. U als luisteraar heeft niets te vertellen. Waarom dan toch… er was nog zoveel te zeggen. Voor u, voor mij, voor ons allemaal.

Ik mocht nog zoveel uitleggen. Toch gaat het niet om mij of ons. Ik vind het vreselijk arm. Men denkt nog lang niet zover als ik mag denken. Men draagt dit las geestelijke apartheid. Ooit mag u net als ik denken…zo wijd…

Toch laat ik mij door niets weerhouden, om dit gekregen gegeven verder uit te dragen. Het is me gegeven om door te geven, een rimpeleffect, een streven…

Al schrijvende begrijp ik het nu beter, ik mag het nu heel duidelijk weten.

Ik zie nu wie, hoe en waarom. Een menselijk denken, nog ver onderaan.